- Wie jarig is trakteert
- Verhalen groep 1/2
- Praten met je handen
- Gevangen in een onbekende taal
- Spelletjesdag
- Vogelvrij
- Verhalen groep 3/4
- Een mandje vol liefs
- Willemsoord wezenoord
- Anders zijn
- Mantelzorg
- Verhalen groep 5/6
- Kunstbunker Paasloo
- Bevrijding - Kallenkote
- Vluchten voor je leven
- Het beleg van Steenwijk
- Verhalen groep 7/8
- Door het oog van de naald
- In de bijstand
- Verzet in Oldemarkt
- In de onderduik
- I have a dream
Klik op de tekening voor een vergroting.
Wie jarig is trakteert - 25 jaar Steenwijkerland
De lucht is helderblauw en het wateroppervlak van de Beulakerwijde glimt. Daar waar de boot door het water glijdt, spatten talloze waterdruppels op. Ze glinsteren als diamantjes.
‘Wat een vrijheid,’ zegt de opa van Jelle en Teun.
Hij stuurt de volle boot behendig door het water. Jelle en Teun zijn mee, maar ook Lanka en Anischa. Opa neemt ze vandaag mee voor een mooi rondje Weerribben-Wieden, het prachtige natte natuurgebied van wel 10.000 hectare. Giethoorn ligt achter ze, ook de Blauwe Hand. Ze varen langs Ronduite en zien de toren van Sint Jansklooster al.
‘Kijk eens goed om jullie heen,’ zegt opa. ‘Zien jullie misschien nóg een toren?’
Lanka kijkt en kijkt. Teun en Anischa niet, die houden hun handen onder water.
‘Dat spettert!’ roept Lanka.
‘Ik zie niks,’ zucht Jelle, ‘alleen de toren van Sint Jansklooster.’
Opa stuurt de boot meer naar rechts.
‘Goed kijken,’ zegt hij lachend.
‘Welke kant op?’ vraagt Jelle, maar opeens slaakt hij een gil. ‘Daar!’ roept hij. ‘Daar in het water!’
Nu kijkt iedereen naar de wijzende vinger van Jelle.
‘Ik zie het,’ zegt Lanka. ‘Maar waarom is er een toren in het water?’
Opa vaart er nu recht op af.
‘Dat is het kunstwerk van het Verdronken Dorp,’ legt opa uit.
‘Verdronken dorp?’ roepen ze nu in koor.
Opa knikt.
‘Hieronder ons was vroeger een dorp. Maar dat is verdwenen in een storm in 1776.’
Opa mindert vaart.
‘Hieronder ons?’ vraagt Jelle nieuwsgierig. ‘Echt? Hoe dan? Wat is er dan precies gebeurd?’
Opa zet de motor van het fluisterbootje uit. Ze glijden nu vlak langs de toren.
‘In 1775 was er ook al een storm,’ legt opa uit. De meeste mensen die hier woonden zijn toen vertrokken, maar niet iedereen ging weg. Er bleven ongeveer vijftig mensen wonen.’
Teun schudt zijn hoofd.
‘Maar een dorp kan toch niet zomaar verdrinken?’
Opa knikt.
‘Er werd hier veel turf gestoken,’ zegt hij, ‘te veel’. Het dorp heette Beulake. In een storm op
22 november 1776 verdween het dus. Alleen de kerk bleef staan.’
Lanka rilt.
‘Zijn er mensen verdronken?’ vraagt ze.
Opa schudt zijn hoofd.
‘Nee, gelukkig konden de mensen schuilen in de kerk. Het was een armoedig dorp dat ergens rond 1500 was ontstaan. Maar doordat er te veel turf werd gestoken, werd de grond onstabiel. En zo verdween het dus tijdens een storm. Maar niemand verdronk gelukkig.’
Lanka slaakt een zucht.
‘Gelukkig maar,’ zegt ze.
‘Ja,’ gaat opa verder, ‘maar die mensen zaten wel zesendertig uur vast in die kerk, voordat ze gered werden!’
‘Wow, dat is lang zeg,’ zegt Teun.
‘Heel lang,’ zegt opa. ‘Later is de kerk ook verdwenen en daarom staat er nu een kunstwerk van een toren voor in de plaats.’
‘Wat een verhaal,’ zegt Jelle.
Opa zet de motor weer aan en koerst richting Sint Jansklooster.
‘Waar gaan we heen?’ vraagt Teun. Hij heeft zich inmiddels helemaal nat gespetterd.
‘We varen naar het bezoekerscentrum,’ zegt opa. ‘Dan kunnen jullie daar even lekker spelen.’
Maar eenmaal aangekomen bij het bezoekerscentrum blijkt dat ze daar helemaal niet kunnen aanmeren.
‘Dat is balen,’ moppert Teun.
‘Dan neem ik jullie wel een keer mee met de auto,’ zucht opa. ‘Waar gaan we dan heen?’ vraagt hij zich hardop af.
‘Ik lust wel een ijsje,’ roept Teun.
‘Ik ook!’ gilt Anischa.
Opa lacht. Hij keert de boot en vaart richting Giethoorn.
‘Dan gaan we een ijsje kopen,’ lacht hij.
De boot glijdt geruisloos door het water, langs prachtige rietkragen en waterlelies.
‘Kijk eens om jullie heen,’ zegt opa. ‘Wat is Steenwijkerland toch mooi, vinden jullie ook niet?’
Er wordt driftig geknikt.
‘Weten jullie dat Steenwijkerland pas vijfentwintig jaar bestaat?’
‘Huh,’ zegt Lanka. ‘Hoe dan?’
‘Je had vroeger drie gemeentes. Steenwijk, Brederwiede, daar zijn we nu, en IJsselham.
‘Maar Steenwijk bestaat toch gewoon?’ zegt Jelle.
‘Klopt,’ zegt opa. ‘Maar nu is het één grote gemeente. Niet alle dorpen waren daar blij mee. Maar dat is een ingewikkeld verhaal. Steenwijkerland is nu heel groot. En een grotere gemeente kan grotere projecten aan.’
‘Zoals wat dan?’ vraagt Jelle.
‘Zoals een betere aanpak voor toerisme. En de Weerribben en de Wieden zijn nu één groot, prachtig natuurgebied.’
Jelle kijkt om zich heen. Daar heeft opa gelijk in, denkt hij. Het is hier echt prachtig.
‘Opa,’ vraagt hij dan, ‘kun je met de boot langs alle plaatsen van Steenwijkerland? Ik weet dat je naar Blokzijl, Ossenzijl, Oldemarkt en Vollenhove kunt varen.’
‘En natuurlijk Steenwijk, Belt-Schutsloot, Scheerwolde en Wanneperveen,’ zegt opa. ‘Maar eigenlijk weet ik niet of je ook naar Steenwijkerwold kunt. Of Kuinre. Of Tuk. Dat zou ik eerst moeten uitzoeken. Eesveen in ieder geval niet, Willemsoord volgens mij ook niet. En we kwamen net niet helemaal bij Sint Jansklooster.’
‘Ik zou wel een keer naar alle plaatsen willen,’ zegt Jelle. ‘En als dat niet met de boot kan, zullen we dan een keer naar al die plaatsen fietsen?’
‘Dat lijkt me heel leuk,’ juicht Teun. ‘Op de fiets! Kan dat, opa? Kan dat? Kan dat?’
‘Alles kan,’ zegt opa. ‘Die vrijheid hebben wij. We kunnen gaan en staan waar we maar willen.’
‘En dat kan lang niet iedereen zeggen,’ zegt Lanka wijs. ‘We boffen maar dat we hier wonen. Hoe zou Steenwijkerland er over vijfentwintig jaar uitzien?’ vraagt ze. ‘Of hoe zou de wereld er over vijfentwintig jaar uitzien? Wat als er dan nergens meer oorlog is?’
‘Dat zou nog eens vrijheid zijn,’ zegt Jelle.
‘En ongekende rijkdom,’ zucht opa.
‘Duurt dat ijsje nog lang?’ vraagt Teun opeens ongeduldig.
Opa lacht.
‘We zijn bijna in Giethoorn. Daar gaan we eerst een ijsje eten en dan…’
‘Dan wat?’ vraagt Anischa.
‘Nou,’ zegt opa, ‘ik ben bijna jarig. En wie jarig is, trakteert! En ik trakteer niet alleen op een ijsje. Wie wil er goud zoeken bij museum De Oude Aarde?’
Nu worden alle kinderen dol. Teun springt wild op en neer, de boot schommelt ervan.
‘Wie jarig is, trakteert!’ roept hij blij.
Luisterverhaal
Klik op de play knop om het verhaal te beluisteren.

Dit verhaal is voorgelezen door:

